Cijfers spreken voor zich. Of toch niet?

Een gesprek met Berend van der Kolk over de schaduwkant van meten

We meten er lustig op los: prestaties, klanttevredenheid, publicaties, of je conditie via een hardloopapp. Bijna niets ontsnapt nog aan een getal. Berend van der Kolk, universitair hoofddocent en gespecialiseerd in prestatiemeting, beschreef in De meetmaatschappij wat er gebeurt als mensen en organisaties alles in cijfers willen vatten. "Een indicator staat op groen. Maar zodra je er wat dieper induikt, blijkt hij vanbinnen knalrood." Wat begint als een onschuldig cijfer, kan volgens Van der Kolk algauw een eigen leven gaan leiden.

Auteur: Edo Groot

Waarom is meten zo verleidelijk? Volgens Van der Kolk simpelweg omdat het houvast geeft. "Je kunt vergelijken, patronen ontdekken, ontwikkeling zien. Dat geldt privé, denk aan een hardloopapp als Strava, maar zeker ook in organisaties. Hoe hoger in de organisatie, hoe minder je van elk detail op de hoogte kunt zijn, dus hoe belangrijker cijfers worden om toch grip te houden." Onze rector kan nu eenmaal niet weten wat er in elke collegezaal gebeurt, illustreert hij. Dat is op zich niet erg, soms zelfs nodig. Het probleem ontstaat pas als je niet meer beseft hoeveel aannames er in zo'n cijfer verstopt zitten. "Je denkt in zo'n geval objectieve, harde data te hebben, terwijl de subjectieve keuzes die aan de dataproductie voorafgaan vaak onzichtbaar blijven. En dat kan tot verkeerde beslissingen leiden."

7

Een voorbeeld daarvan deed zich voor bij een gemeente die Van der Kolk onderzocht. Daar ging men automatisch meten hoe lang medewerkers erover deden om een paspoort uit te reiken: gemiddeld zo'n tien minuten. Op een gegeven moment werd die tijd gebruikt om te beoordelen of mensen wel productief genoeg waren. Het gevolg was schrijnend: kwam er iemand binnen bij wie de medewerker, op basis van de achternaam, aannam dat er wat meer uitleg nodig zou zijn, dan dook een enkele medewerker letterlijk weg naar het toilet, zodat een collega het maar moest overnemen. Puur om het gemiddelde niet te verpesten. "Wat begon als een onschuldige registratie, werd zo een instrument dat mensen ging uitsluiten."

"Als je klakkeloos aanneemt dat kwaliteit gelijk staat aan een plek op een ranglijst hoef je er eigenlijk niet meer zelf over na te denken. Je kopieert de definitie van een ander. Maar zodra je dat loslaat, moet je in één keer met elkaar het gesprek aangaan: wat is kwaliteit eigenlijk?"

Toch ziet hij op veel plekken ook bewustwording dat cijfers niet alles zeggen. Zoals bij een adviesbureau waar hij onderzoek deed, dat besloot prestaties anders te gaan meten nadat een meetsysteem voor onvrede zorgde. "Medewerkers voelden zich niet langer gezien als persoon maar gereduceerd tot een paar platte cijfers en verlieten massaal de organisatie. Op basis van die signalen paste het bureau zijn aanpak aan zodat medewerkers zich weer meer gezien voelden." Of bijvoorbeeld de Universiteit Utrecht, die zich terugtrok uit internationale ranglijsten zoals de Times Higher Education-ranking. "Dat is best een dappere stap," zegt Van der Kolk, "want zo'n ranglijst is typisch een meetinstrument dat zich in de organisatie nestelt. Het bepaalt al snel hoe je je eigen personeel gaat aansturen: hoe vaak publiceer je in Science of Nature, hoeveel internationale studenten trek je aan." Door zich terug te trekken zegt de Universiteit Utrecht feitelijk: wij laten een externe ranglijst niet bepalen hoe we kwaliteit moeten definiëren, dat gaan we zelf weer doen, met aandacht voor de eigen lokale context.

"Cijfers hebben nu eenmaal een schijn van objectiviteit en neutraliteit. Ze worden nog te vaak ingezet om autoriteit te claimen: ik weet waar ik het over heb, want ik ken de percentages."

Wat is kwaliteit?

Dat loslaten van externe meetlatten klinkt eenvoudiger dan het is, erkent Van der Kolk. "Als je klakkeloos aanneemt dat kwaliteit gelijk staat aan een plek op een ranglijst, hoef je er eigenlijk niet meer zelf over na te denken. Je kopieert de definitie van een ander. Maar zodra je dat loslaat, moet je in één keer met elkaar het gesprek aangaan: wat is kwaliteit eigenlijk? Wat vinden wij een goede medewerker, een goede collega?" Denkt hij aan zijn eigen collega's, dan komt hij op dingen die geen enkele prestatiemeting vastlegt. "Ze moeten goed onderzoek kunnen doen, natuurlijk, maar ik vind het minstens zo belangrijk dat iemand goed kan luisteren, de juiste vraag stelt, opbouwend kritisch is, of af en toe inspringt als dat nodig is. Dat wordt zelden structureel gemeten, maar het zijn stuk voor stuk essentiële eigenschappen en ze zitten allemaal aan de proceskant, niet aan de outputkant."

Lessen voor professionals

In een van Van der Kolks colleges voor professionals in de publieke sector omschreef een van de deelnemers werkzaam op een ministerie dit als ‘watermeloengroen’; een indicator kan er op het eerste oog groen uitzien maar donkerrood worden als je erop doorzaagt. In de Certified Public Controllersopleiding van VU for Professionals besteedt hij meerdere sessies aan hoe je verantwoord KPI’s opstelt, in lijn met de strategie van de organisatie. Volgens Van der Kolk zit er vaak een gat tussen de intentie van de leidinggevende en hoe de medewerker het ervaart. Je denkt misschien dat je iemand helpt door feedbackpunten te verzamelen, maar de ander kan het ervaren als een juk. “Het begint dus met een eerlijk gesprek: hoe ervaar jij dit instrument eigenlijk? Ontwerp een meting sámen met medewerkers.” Daarnaast raadt hij aan niet te rigide te worden als je eenmaal een dashboard of meetsysteem hebt opgetuigd. Vraag gezamenlijk wat je belangrijk vindt aan elkaars werk, en hoe je dat zichtbaar kunt maken. "Dat werkt heel anders dan wanneer je als leidinggevende directief en zonder verdere dialoog zegt: ik ga voortaan periodiek vier dingen meten om te bepalen of je goed werk levert. Het eerste geeft vertrouwen, het tweede leidt al snel tot cynisme."

De opkomst van AI voegt daar volgens Van der Kolk een nieuwe laag aan toe. Iedereen kan tegenwoordig in een paar klikken heel veel output produceren. De vraag is of we dan nog wel zoveel gewicht aan output moeten geven, of dat we juist meer naar het proces zelf moeten kijken. Binnen de universiteit maar ook daarbuiten. Werkt iemand gedegen en integer, in lijn met de principes die een team belangrijk vindt? Dat zegt volgens hem meer dan het simpele feit dat iemand drie keer in een tijdschrift heeft gestaan.

Kijkt hij vijf jaar vooruit, dan hoopt Van der Kolk vooral op meer bewustwording: het besef dat elke meting per definitie onvolledig is en met aannames komt. "Cijfers hebben nu eenmaal een schijn van objectiviteit en neutraliteit. Ze worden nog te vaak ingezet om autoriteit te claimen: ik weet waar ik het over heb, want ik ken de percentages. De sleutel ligt bij meer kennis van het maakproces van cijfers en meer bescheidenheid over wat je vervolgens wel en niet met die cijfers kan doen."

Verder lezen? Lees "De meetmaatschappij" van Berend van der Kolk, uitgegeven bij Business Contact (2021)

VU for Professionals

Met een opleiding van VU for Professionals kies je voor hoogwaardig, innovatief en ambitieus onderwijs. Met een betekenisvolle impact op de economische, maatschappelijke en mondiale uitdagingen van deze tijd. Altijd in deeltijd, dus goed te combineren met werk- en privésituatie. Van langlopende programma’s zoals MBA’s en masterprogramma’s binnen verschillende vakgebieden, tot kortlopende programma’s gericht op specifieke ontwikkelingen als duurzaamheid of datagedreven sturing, of meer generieke onderwerpen als leiderschap en verandermanagement.

Exclusief voor jou als alumnus

Wist je dat je je als VU-alumnus kan blijven ontwikkelen via VU for Professionals - met exclusief alumnivoordeel, waaronder kortingen op onze programma's voor professionals? Blijf groeien en blijf verbonden.

Bekijk het volledige aanbod voor professionals

Of lees meer over de exclusieve voordelen voor jou als alumnus

DEEL DEZE PAGINA