De paradox van de proeftuin Waarom briljante innovaties vaak stranden (en hoe we dat oplossen)

Kennisinstellingen, overheden en de markt verzamelen data en bouwen de prachtigste proeftuinen, maar toch sterven veel innovaties een stille dood voordat ze de maatschappij daadwerkelijk bereiken. Hoe komt dat? Hoogleraar Innovation & Organisation Hans Berends pleit voor een radicale omslag in onze manier van samenwerken. "We moeten stoppen met allemaal ons eigen wiel uitvinden. Wetenschappers, beleidsmakers en ondernemers moeten veel slimmer de krachten bundelen.”

Auteur: Mika Linse

Of het nu gaat om de energietransitie, de zorg of een duurzame landbouw: complexe maatschappelijke problemen los je nooit in je eentje op. Het absolute sleutelwoord van dit decennium is dan ook samenwerken. Maar tussen de theorie van een soepele samenwerking en de weerbarstige praktijk gaapt vaak een diepe kloof. Binnen het KIN Center for Digital Innovation van de School of Business and Economics (SBE) onderzoekt Berends hoe we deze kloof kunnen dichten. Dit doet hij langs twee fascinerende lijnen: fysieke experimenten in zogenaamde fieldlabs, en het hergebruik van academische data.

De kloof tussen lab en praktijk Je hebt er vast weleens van gehoord: fieldlabs. In deze proeftuinen pionieren overheden, bedrijven en kennisinstellingen samen. Denk bijvoorbeeld aan innovaties in de smart industry of proefboerderijen voor circulaire landbouw. In deze setting worden vaak briljante prototypes en ijzersterke oplossingen bedacht. "Prachtige initiatieven," stelt Berends, "maar de tragedie is dat juist die veelbelovende experimenten vaak in het lab blijven hangen."

Samen met de universiteiten van Twente, Eindhoven en Tilburg onderzoekt Berends in het project Fieldlabs@Scale de hobbels in dit innovatieproces. Waarom bereikt een succesvol experiment de brede markt zo moeilijk? "De vertaalslag van een experimentele setting naar de echte praktijk is enorm," legt de hoogleraar uit. "Bovendien heb je te maken met veel verschillende partijen met botsende belangen. Vaak start een fieldlab vanuit een nobel maatschappelijk doel, maar uiteindelijk moeten de betrokken bedrijven ook antwoord krijgen op de vraag: wat is hier het economische verdienmodel? Als die waarden gaan schuren, stagneert de innovatie."

Het onderzoek van Berends moet uiteindelijk concrete handvatten opleveren om de stap van lab naar de brede praktijk te versnellen.

"We moeten stoppen met allemaal ons eigen wiel uitvinden. Wetenschappers, beleidsmakers en ondernemers moeten veel slimmer de krachten bundelen."

Data uit de virtuele la De drang om beter samen te werken speelt niet alleen tussen uiteenlopende partijen in de maatschappij, maar evengoed binnen de muren van de universiteit. Als voormalig voorzitter van de stuurgroep van het Open Science-programma van de VU zag Berends een groot pijnpunt bij kwalitatief onderzoek, zoals diepte-interviews. "Kwalitatieve data is waanzinnig rijk en waardevol, maar bevat vaak gevoelige persoonsinformatie. Vanwege strenge privacyregels belanden die data na publicatie in een virtuele la. Er gebeurt niets meer mee."

"Vaak start een fieldlab vanuit een nobel maatschappelijk doel, maar uiteindelijk moeten de betrokken bedrijven ook antwoord krijgen op de vraag: wat is hier het economische verdienmodel?"

In het OPEN-QUAL-project bedachten Berends en zijn team een innovatieve oplossing voor dit probleem. "In plaats van de ruwe data te delen (wat privacytechnisch ingewikkeld is) brengen we de oorspronkelijke onderzoekers zélf samen."

Een treffend voorbeeld hiervan is een huidig onderzoeksproject waarbij 27 onderzoekers hun krachten bundelen. In het verleden onderzochten zij allemaal individueel cases over de samenwerking tussen bedrijven, overheden en ngo's. Nu buigen ze zich mét hun eigen verzamelde data over één gezamenlijke, nieuwe onderzoeksvraag: hoe stuur je zo'n cross-sectorale samenwerking het beste aan? Berends: "Doordat we nu vijftien cases tegelijk analyseren in plaats van slechts één, trekken we veel robuustere conclusies. Je leert bijvoorbeeld in welke situatie één leidende organisatie het beste werkt, of wanneer een open netwerkstructuur juist effectiever is."

"Innovatie stagneert zelden op de techniek, maar valt of staat met de bereidheid om écht samen te werken."

Innovatie is mensenwerk Beide onderzoeken van Berends raken aan precies dezelfde kern: om échte impact te maken, moeten we af van onze eilandjes. Wetenschappers moeten hun onderzoeksdata durven delen en partijen in fieldlabs moeten structureel verder kijken dan hun eigen kortetermijnbelangen. Door inzicht te bieden in de complexe governance (besturing) van samenwerkingen, levert de VU de broodnodige gebruiksaanwijzing voor innovatie. Wie namelijk snapt hoe je verschillende doelen, data en belangen op één lijn krijgt, ontdekt de belangrijkste les voor de werkvloer: innovatie stagneert zelden op de techniek, maar valt of staat met de bereidheid om écht samen te werken.

Wat is het KIN Center? Binnen het KIN Center for Digital Innovation (Knowledge, Information and Networks) doen onafhankelijke onderzoekers van de VU onderzoek naar de manier waarop digitale technologieën onze manier van werken, innoveren en samenwerken veranderen.

DEEL DEZE PAGINA